
Soms geloven we dat kinderen niks ‘fout’ mogen doen.
En als ze het toch doen, moeten we ingrijpen. Regels stellen, waar ze zich direct aan moeten houden. Straffen bedenken, voor als ze zich niet aan de regels houden. Allemaal pogingen tot controle. Om ons kind op het juiste pad te houden. Dat werkt averechts.
In onze angst dat onze kinderen het verkeerd zullen doen, ontnemen we ze de kans om écht te leren van hun fouten.
Want dat is wat kinderen doen. Ze doen iets en leren ervan. En het leermoment zit ‘m niet in de straf die ze krijgen, maar in hoe ze zich voelen over wat er gebeurt. Dat gevoel levert de motivatie voor zelfbegrenzing en verandering van binnenuit. Is het gevoel fijn, dan zullen ze het vaker doen. Is het gevoel pijnlijk, dan zullen ze het vermijden.
Als je als ouder je kind de ruimte geeft om dat gevoel te ervaren, zul je merken dat je veel minder politieagent hoeft te spelen. Omdat je kind zichzelf gaat begrenzen.
Ik zal een voorbeeld geven.
Mijn moeder had de matrassen buiten op stoelen gezet om te luchten. Mijn zusje en ik gingen er dan heerlijk op liggen, genietend van de warmte in onze rug en die heerlijke zonnegeur die eraf kwam. Door ons gewicht zakten de matrassen op de grond. Dat vonden mijn ouders natuurlijk niet leuk.
We mochten er niet meer op liggen. Daarna heb ik het stiekem toch nog één keer gedaan, want het voelde zo lekker! Ik deed heel voorzichtig, zodat de matras niet op de grond kwam. En ik zou de matras weer netjes terugleggen, zodat niemand erachter zou komen. Daar was toch niks mis mee?
Een paar uur later kwam mijn vader ineens boos naar ons toe: ‘Wie is op de matras gaan liggen?!’. Ik was al helemaal vergeten wat ik had gedaan en zei: ‘Ik niet’. Dat zei mijn zusje ook. Omdat ik meestal de waarheid vertelde (en op dat moment ook echt geloofde dat ik de waarheid vertelde), kreeg zij straf.
Aan het eind van de dag herinnerde ik me opeens dat ík degene was die op de matras was gaan liggen. Ik begreep niet hoe ik dat vergeten was! Ik schaamde me en voelde me zo schuldig dat mijn zusje de straf had gekregen die ik had moeten krijgen.
Ik vertelde het zachtjes aan mijn moeder. Ze was helemaal niet boos op mij. Ze verweet me niks. Ze bleef rustig, luisterde echt naar me en zei: ‘Ik ben blij dat je het aan me verteld hebt, Karina. En je moet het wel aan je vader vertellen’.
Dat heb ik nooit gedaan. Ik durfde niet. Ik was bang dat hij heel boos op mij zou worden en mij niet meer zou vertrouwen. Mij anders zou zien. Dat schuldgevoel bleef aan me knagen. Een rotgevoel. Ik heb nooit meer buiten op de matrassen gelegen. Sindsdien ben ik zeer gemotiveerd om me aan afspraken en regels te houden. En als ik denk dat het me niet gaat lukken, zeg ik dat.
Ik wist het toen niet, maar wat mijn moeder deed was ongelofelijk krachtig.
Ze bleef rustig, ze geloofde mij en ze waardeerde het dat ik eerlijk was. Daardoor kon ik die schuld en schaamte, dat rotgevoel dat ik had, helemaal ervaren. En precies dat rotgevoel was de drive voor mij om dit voortaan anders te doen. Zo heeft ze een ongelofelijke invloed op mij uitgeoefend.
Zonder verwijt. Zonder straf. Zonder dwang. Zonder controle.
Gewoon door naar me te luisteren. Door liefdevol aanwezig te zijn bij mij en me de ruimte te geven om te voelen wat ik voelde. Ze vertrouwde op mijn innerlijke kompas, mijn gevoel voor wat juist is en wat niet.
Vraag je je af, hoe dit voor jou zou kunnen werken? Boek dan een los coachgesprek en ervaar de opluchting en rust van weten wat jij nodig hebt om dit voor elkaar te krijgen.
Tan bun!
Karina
PS: #sharethesparkle en deel deze blog als je het je raakt of inspireert
